Een boodschap ter gelegenheid van Wereldzeedag (8 juni) — door Shweta Khare Naik
Ik ben groeide niet vlakbij een oceaan op. Maar op het moment dat ik me echt in de oceaan bevond, niet aan de rand, niet wadend, maar er daadwerkelijk in, veranderde er iets. Niets dramatisch. Het was eerder een soort herkenning. Alsof ik me iets herinnerde waarvan ik niet wist dat ik het vergeten was. Dat is het bijzondere aan de oceaan. Het voelt niet als een kennismaking. Het voelt als een hereniging. En sindsdien probeer ik te begrijpen waarom.
Voor de meeste kinderen is de oceaan een plek die verbonden is met herinneringen. Een familievakantie. Natte slippers in een hotelgang. Zand dat aan de achterbank van de auto blijft plakken. Een horizon die eindeloos aanvoelt, iets wat kinderen instinctief opmerken. Ze komen aan met emmers en vertrekken met zand in hun schoenen en zout op hun huid, de oceaan met zich meedragend zonder het te beseffen. Zonder te beseffen dat ze de zee, in zekere zin, nooit hebben verlaten.
Want de oceaan is geen plek die we ‘bezoeken’. Het is iets waar we mee verweven zijn, iets dat al deel uitmaakte van ons zijn, lang voordat iemand ooit aan de rand van de zee stond. En een van de minst opvallende, maar belangrijkste dingen die we kunnen doen, voor kinderen, voor de gemeenschappen waarin ze zullen opgroeien, voor de toekomst van het leven op deze planeet, is hen helpen zich dat te herinneren.
Wat de oceaan werkelijk is
We denken vaak aan de oceaan als een enorme watermassa aan de rand van het land. Dat is technisch gezien correct, maar tegelijkertijd helemaal misleidend. De oceaan bedekt meer dan zeventig procent van het aardoppervlak. Ze bevat zevenennegentig procent van al het water. Ze produceert ongeveer de helft van de zuurstof in elke ademteug die we nemen. Dat zuurstof komt niet alleen uit bossen, zoals de meeste mensen denken, maar vooral uit de werking van miljarden microscopische fytoplankton die door het zonovergoten oppervlaktewater drijven, onmerkbaar aan fotosynthese doen, de atmosfeer “adembaar” maken en al het landleven op aarde in stand houden. Ze doen dit al miljarden jaren, zonder erkenning, zonder onderbreking.
De oceaan stuurt het klimaat. Het absorbeert warmte, beïnvloedt het weer en zorgt voor regenval die ver landinwaarts reikt, tot in gebieden die nooit een kustlijn hebben gekend. De moesson, waarop boeren in heel Zuid-Azië hun bestaan op baseren – hun groeiseizoenen, hun festiviteiten, hun gebeden, het bijzondere verdriet van jaren waarin de regen uitblijft – is een functie van de temperatuur en stroming van de oceaan.
De regen die op bergen valt en rivieren vult die door steden, dorpen en velden stromen, om uiteindelijk terug te keren naar de zee, is begonnen als oceaanwater dat door zonlicht omhoog werd getrokken. Water uit de oceaan is het water dat we drinken. Water dat zich transformeerde in wolken, gletsjers en rivieren, vindt uiteindelijk de weg terug naar de oceaan. Er is geen echte scheiding in dit systeem, alleen beweging en terugkeer.
En onze relatie met de zee is nog intiemer dan we denken. Menselijk bloed bevat zouten en mineralen die ons, op een stillere biologische manier, eraan herinneren dat het leven zelf is ontstaan in oeroude zeeën. Wanneer een kind een beker water vasthoudt, houdt het iets vast dat vele malen oceaan is geweest doorheen de geologische tijd, én iets dat opnieuw oceaan zal zijn.
Wat we zijn vergeten
Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis hoefden mensen hun relatie met water niet aangeleerd te krijgen. Ze leefden ermee, zoals je met familie leeft, zonder er veel over na te denken. Vissersgemeenschappen aan de kusten over de hele wereld kenden de stemmingen van de zee net zoals ze de stemmingen kenden van hun naasten, de kleuren en geluiden, de seizoenswisselingen, de bijzondere eigenschappen van haar vrijgevigheid en haar dreigingen. Boeren begrepen dat de vruchtbaarheid van hun grond verbonden was met riviersystemen die uiteindelijk naar de zee stroomden. Dichters en filosofen in alle culturen keerden steeds weer terug naar water als bron van betekenis, niet alleen van overleving.
Er veranderde iets. Eerst langzaam, daarna sneller. Verstedelijking zorgde ervoor dat mensen minder direct contact hadden met natuurlijke systemen. Kinderen groeiden op in omgevingen waar voedsel uit de winkel kwam, water uit de kraan en de oceaan, als die al verscheen, op schermen of als vakantiebestemming. De verbinding verdween nooit helemaal. Maar voor veel mensen werd die vager, iets dat ongemerkt op de achtergrond van hun leven aanwezig was in plaats, en niet meer als een directe band met de zee.
En toch blijven kinderen instinctief naar deze relatie verlangen, voordat de wereld hen langzaam leert er afstand van te nemen. Ze stoppen bij plassen om in te spetteren na een regenbui. Ze vullen hun zakken met schelpen. Ze stellen vragen die volwassenen vaak te snel beantwoorden. De verwondering is niet verdwenen. Wat verandert, is of de wereld om hen heen die verwondering in ere houdt of stilletjes afbuigt naar meer meetbare zaken. Dit gegeven doet er toe, en niet alleen voor de oceaan.
De oceaan heeft ons niet nodig. Wij hebben haar nodig. En ergens in die nederige waarheid ligt het begin van eerbied. We beschermen niet wat we niet liefhebben. En we kunnen niet liefhebben wat we nooit echt hebben ontmoet.
Een kind dat te horen krijgt dat koraalriffen verbleken, kan een dag of een week door die informatie van streek zijn. Maar een kind dat de levendigheid van de oceaan heeft ervaren, dat de herkomst van een kopje water heeft kunnen traceren naar wolken, rivieren en de zee, dat rustig heeft geluisterd naar het geluid van de golven en heeft opgemerkt wat erin beweegt, draagt iets anders met zich mee. Iets dat niet zomaar verdwijnt.
Wat oceaangeletterdheid werkelijk betekent
Oceaangeletterdheid kan niet zomaar worden gereduceerd tot een hoofdstuk in een leerboek of een thematische activiteit die in een schoolkalender wordt gepropt.
Het is een herstel van de relatie ... Het is het langzame, zorgvuldige, soms vreugdevolle werk om kinderen te laten begrijpen dat ze geen afzonderlijke waarnemers zijn van een ecologisch systeem in crisis. Ze horen zelf in een levend systeem dat hen altijd heeft omvat, een systeem dat hun voedsel, hun weer, hun bloed en de lucht die ze nu inademen omvat.
Over de hele wereld is dit werk zowel extreem waardevol als urgent. Waardevol omdat de culturele herinnering aan de relatie met water op veel plaatsen nog niet ver weg is. Er zijn nog grootouders die zich rivieren anders herinneren. Er zijn gemeenschappen in Azië, Afrika, de Stille Oceaan en Latijns-Amerika waarvan de festivals, het dieet en het hele tijdsbesef zijn georganiseerd rond de beweging van water door het landschap; tradities waarin rivieren, kustlijnen en regen nooit bijkomstig maar heilig waren.
Maar die herinnering wordt verstoord. Rivieren veranderen. Kinderen die opgroeien in steden raken steeds verder verwijderd van de natuurlijke systemen waarvan hun leven afhankelijk is. En de oceaan zelf verandert op manieren die de regenval, voedselsystemen, kustgemeenschappen en het klimaat over de hele planeet zullen beïnvloeden binnen de levensduur van de kinderen die nu in de klas zitten.
Het antwoord op die urgentie is niet om kinderen bang te maken om in actie te komen. Angst leidt net zo vaak tot verlamming als tot moed, en bij jonge mensen kan het iets ergers teweegbrengen: een gevoel van zo'n complete machteloosheid dat het uiteindelijk makkelijker wordt om helemaal niets meer te voelen voor de natuurlijke wereld. Wat helpt is geen paniek, maar verbinding. Kinderen helpen de natuurlijke wereld te ervaren als iets levends dat dicht bij hen staat. Kinderen de ervaring geven dat ze echt deel uitmaken van iets levends en buitengewoons, zodat de zorg ervoor geen van buitenaf opgelegde plicht wordt, maar een uiting van wie ze al zijn.
Wat een kind moet weten
Een kind moet de kans krijgen om te ervaren hoe bijzonder en levend de oceaan werkelijk is. Dat een enkele druppel zeewater levende werelden bevat die we niet kunnen zien. Dat walvissen communiceren door middel van gezang, duizenden kilometers afleggend door diepe oceaannetwerken. Dat koraalriffen, die minder dan één procent van de oceaanbodem beslaan, meer dan een kwart van alle bekende zeedieren herbergen.
Een kind moet weten dat de oceaan een geheugen heeft. Dat de stromingen en de chemische samenstelling ervan de geschiedenis bewaren van alles wat er ooit op het aardoppervlak is gebeurd, en dat dit geheugen, door degenen die het geleerd hebben, gelezen kan worden als een buitengewoon gedetailleerde geschiedenis van het leven op aarde.
Een kind moet weten dat de oceaan gul is. Dat ze al miljarden jaren zuurstof, regen, voedsel en temperatuurstabiliteit biedt, de omstandigheden die hun bestaan mogelijk maakten, en dat ze dit alles heeft gedaan zonder dat iemand erom gevraagd heeft.
Maar meer dan welk feitje of welke statistiek dan ook, moeten kinderen voelen dat de oceaan deel uitmaakt van hun persoonlijke leven. Niet als een feit om te onthouden, maar als iets dat ze echt begrijpen, in hun bloed, in het water dat ze drinken, in de regen die het voedsel heeft laten groeien dat ze vanochtend hebben gegeten, in de weersystemen die de wereld vormgeven waarin ze zijn geboren. De oceaan begrijpen is niet iets verafgelegen en externs begrijpen. Het is iets begrijpen dat onlosmakelijk verbonden is met ons menselijke leven.

Wat we aan het opbouwen zijn…
Verbinden, leren, handelen, vieren. Dat is de mantra van Roots & Shoots. Het is de filosofie die ongemerkt ten grondslag ligt aan alles wat we met dit werk proberen te bereiken. Via Roots & Shoots, Blue Schools India en de Oceans Are Us-campagne, via elke docent en jongere die ervoor kiest om dit soort denken in een klaslokaal of gemeenschap waar ook ter wereld te brengen, wordt er niet zomaar een milieuprogramma opgebouwd. Het is iets diepers.
Een beweging geworteld in de overtuiging dat wanneer jongeren zich echt verbonden voelen met de levende wereld, ze niet overtuigd hoeven te worden om die te beschermen. Ze begrijpen al waarom het belangrijk is.
Wat langzaam voortkomt uit dit soort werk is niet alleen bewustwording, maar ook een andere manier om met de wereld om te gaan. Kinderen die nieuwsgierigheid en verwondering met zich meedragen, hebben de neiging om op een andere manier te geven om dingen. Ze zijn veranderd door het besef dat hun keuzes, hun stem en hun zorg deel uitmaken van iets veel groters dan zijzelf.
Onderwijs is in de beste gevallen niet alleen het doorgeven van informatie. Het gaat er ook om hoe we leren omgaan met ideeën, met elkaar en met de levende wereld om ons heen. Een school die oceaanbewustzijn serieus neemt, ziet haar leerlingen als ecologische wezens, ingebed in natuurlijke systemen, die het verdienen om de volledige complexiteit, schoonheid en kwetsbaarheid van de wereld waarin ze geboren zijn te leren kennen.
Dat is geen kleinigheid. In een tijd waarin ecologische ontkoppeling ten grondslag ligt aan zoveel crises waarmee we geconfronteerd worden – klimaatpassiviteit, verlies van biodiversiteit en de langzame afname van alles wat de natuurlijke wereld maakt tot wat ze is – doet een school die de relatie herstelt iets radicaals, al gebeurt dat nog zo stil. Niet als een themaweek of een jaarlijkse dag. Maar als een fundamentele oriëntatie op wat leren is en waar het voor dient.
Een uitnodiging
Op deze Wereld Dag van de Oceaan, waar je ook bent, dicht bij de zee of ver weg, probeer eens iets kleins. Zoek wat water. Een kopje, een stromende kraan, regen op een raam, een rivier als je er dichtbij woont. Kijk er eens wat langer naar dan je normaal zou doen. En volg het terug, naar de wolk die het droeg, naar de oceaan die het als damp de lucht in zond, naar de stromingen die het over de aarde droegen voordat het hier aankwam, op dit moment, bij jou. Dat water is de wolk, de gletsjer, de rivier en de zee geweest. Het heeft zich door planten en dieren en oeroude landschappen bewogen waarvan we de namen zijn kwijtgeraakt. Het heeft deelgenomen aan klimaatsystemen die ouder zijn dan het menselijk geheugen... En nu is het hier. En jij bent hier.
Misschien is dat genoeg om mee te beginnen, het simpele, vreemde, ondergewaardeerde feit dat jij en de oceaan deel uitmaken van hetzelfde levende systeem, dat jullie dat altijd al zijn geweest, dat deel uitmaken van de natuurlijke wereld niet iets is wat we hoeven te verdienen, te verwerven of te bereiken.
Het is iets wat we ons alleen maar hoeven te herinneren!
Shweta Khare Naik
Directeur, Jane Goodall Institute India
Regionaal coördinator, Midden-Oosten & Indische Oceaanregio, Blue Schools Global Network, UNESCO-IOC